Het verhaal
Sprezzatura is Italiaans en heeft een geboortejaar. Baldassare Castiglione gebruikte het in 1528 in Il Cortegiano, Het boek van de hoveling, en kondigde het zelf aan als 'misschien een nieuw woord'. Hij maakte het van sprezzare, minachten, met de uitgang -tura. Wie sprezzatura heeft, doet alsof de moeite hem koud laat.
Castiglione omschreef het als een zekere nonchalance die alle kunst verbergt en alles wat je doet of zegt laat lijken alsof het zonder moeite en bijna zonder nadenken ging. Zijn ideale hoveling kon vechten en dansen, en liet nooit zien dat hij ervoor geoefend had. Aan een hof vol eerzucht en intriges was dat een wapen: wie moeiteloos lijkt, lijkt ook onkwetsbaar.
Wat het lastig maakt in het Nederlands, is dat nonchalance alleen de buitenkant beschrijft. Sprezzatura gaat over het verschil tussen buiten en binnen, over de uren oefenen die je niet laat zien. Moeiteloosheid komt dichterbij, maar mist het toneelspel.
In het Engels raakte het woord in de twintigste eeuw in zwang, eerst bij schrijvers over kunst en muziek. Tegenwoordig duikt het ook op in modebladen, bij een losgeknoopte manchet of een das die net niet recht zit.
Een scène: een pianist in het Concertgebouw speelt een razendsnelle etude en kijkt intussen glimlachend de zaal in, alsof hij aan iets anders denkt. Niemand ziet de zes uur oefenen van die ochtend. Dat niemand het ziet, is de sprezzatura.