Het verhaal
Meraki (μεράκι) is Grieks. Het kwam in de taal via het Ottomaans-Turkse merak, een woord voor verlangen en gedrevenheid dat zelf weer uit het Arabisch stamt. Hetzelfde woord trok door de hele Balkan. Het Albanees heeft merak, met betekenissen die lopen van nieuwsgierigheid tot zorg en liefde, en in het Turks van nu is merak vooral nieuwsgierigheid: 'merak etme' betekent maak je geen zorgen.
In het Grieks kreeg het een eigen kleur. Woordenboeken geven passie, en de gedrevenheid om iets wat je wilt ook echt te maken. In het meervoud, merakia, betekent het goede zin. Wie iets met meraki doet, legt er een stuk van zichzelf in, in een pan eten of in een brief aan een vriend. Iemand die zo leeft, heet een meraklís.
Wat het lastig maakt in het Nederlands, is dat wij het verdelen over toewijding en bezieling. Toewijding klinkt naar plicht, bezieling naar kunst. Meraki is gewoner. Een kok in een eenvoudig eethuis kan het hebben, en een man die elke ochtend zorgvuldig zijn stoep veegt ook.
Een scène: een taverna op Naxos, laat in de middag. De eigenares zet een bord gevulde tomaten neer en blijft staan tot je een hap hebt genomen. Ze heeft de rijst er die ochtend zelf in gedaan, met munt uit haar eigen tuin. 'Me meráki,' zegt ze, met liefde gemaakt, en loopt terug naar de keuken.