Het verhaal
Kummerspeck is Duits en bestaat uit Kummer, verdriet of zorg, en Speck, spek. Letterlijk staat er verdrietspek: de kilo's die je aankomt doordat je eet om je beter te voelen. Het woord staat gewoon in Duden en in het Duitse woordenboek DWDS, en Duitsers gebruiken het vaak met een glimlach, en vaak over zichzelf.
Speck is in het Duits niet alleen het spek van de slager. Het is ook het gewone, wat spottende woord voor lichaamsvet, en 'Speck ansetzen' betekent aankomen. Daardoor klinkt Kummerspeck lichter dan wat het beschrijft. Het noemt iets wat pijn doet met een woord dat ook een beetje grappig is.
In Engelse lijstjes wordt het vaak vertaald als 'grief bacon', een vertaling die het woord ver buiten Duitsland bekend maakte. In het Nederlands hebben we het werkwoord troosteten en de uitdrukking 'je verdriet wegeten', maar de kilo's die daarvan overblijven hebben geen vaste naam. Troostkilo's hoor je wel, als gelegenheidswoord.
Wat het lastig maakt, is dus de combinatie. Het woord verbindt een gevoel met een gevolg, en doet dat zo kort en zo droog dat je er bijna om moet lachen.
Een scène: eind januari, drie maanden na een scheiding. Een vrouw in Keulen trekt haar winterjas aan en merkt dat die strakker zit dan in oktober. Ze denkt aan de avonden met chips op de bank. Tegen haar zus zegt ze lachend: 'Das ist reiner Kummerspeck.' De zus knikt, en stelt voor om samen te gaan wandelen.