Het verhaal
Jayus is Indonesische straattaal, en waar het woord vandaan komt, weet niemand zeker. Woordenboeken geven twee betekenissen. Als bijvoeglijk naamwoord is jayus gewoon flauw, niet grappig: een grap die mislukt. Als zelfstandig naamwoord is het de grap die zo slecht is, en zo slecht verteld, dat je er toch om moet lachen.
Die tweede betekenis maakte het woord buiten Indonesië bekend, via lijstjes met woorden die andere talen zouden missen. In Indonesië zelf lopen de twee betekenissen door elkaar, en juist dat maakt het woord leuk. Wie 'jayus' roept, lacht vaak al terwijl hij het zegt. Een verwant stuk straattaal is garing, letterlijk droog en knapperig, voor een grap die niet aankomt.
Het Nederlands heeft de vadergrap en het oudere woord flauwiteit. Een vadergrap beschrijft de grap zelf. Jayus beschrijft ook wat de grap met je doet: eerst kreun je, en daarna lach je toch, half tegen je zin. Dat tweede moment heeft in het Nederlands geen naam.
Een scène: een verjaardag in Bandung. Een oom vertelt voor de derde keer die middag dezelfde woordgrap over een kip, en hij lacht er zelf het hardst om. Het blijft even stil aan tafel. Dan begint zijn nichtje te giechelen, en de rest volgt. 'Jayus,' zegt ze, en het klinkt bijna als een compliment.