Het verhaal
Koselig is Noors, gemaakt van het werkwoord kose met het achtervoegsel -lig, ons -lijk. Kose betekent knuffelen of het iemand naar de zin maken, en 'kose seg' is het jezelf gezellig maken. Het grote Noorse woordenboek NAOB vindt koselig al in een brief van Jørgen Moe uit 1843. Moe verzamelde samen met Peter Christen Asbjørnsen de Noorse volkssprookjes.
Een kamer kan koselig zijn, en een uurtje terwijl de koffie doorloopt ook. Een koselig fyr is gewoon een aardige vent. Noren gebruiken het zelfs als beleefdheid: 'koselig å hilse på deg' betekent leuk je te ontmoeten, en vaak blijft daar alleen 'koselig' van over.
Voor een Nederlander lijkt het eenvoudig: koselig is gezellig. Dat klopt voor een groot deel. Koselig zit alleen dichter bij de plek en het licht, en gezellig meer bij de mensen. Een berghut met een kaars in het raam is koselig, ook als je er in je eentje zit. Het Noors heeft daarnaast hyggelig, familie van het Deense hygge, dat vaker voor een fijne ontmoeting wordt gebruikt.
Een scène: een zondag in februari, een hut in de bergen boven Lillehammer. Buiten is het om vier uur al donker. Binnen drogen wollen sokken bij de kachel en ligt er een spel kaarten op tafel. Niemand heeft haast. Iemand kijkt rond en zegt alleen: 'Så koselig.'