Het verhaal
Desabafar is Portugees en zit mooi in elkaar. Abafar betekent smoren: een vuur doven door er iets overheen te leggen, geluid dempen, iets toedekken zodat het warm blijft of zodat niemand het hoort. Het woord zelf is gebouwd op bafo, adem. Met des- ervoor gebeurt het omgekeerde. Het deksel gaat eraf, de adem komt vrij.
Woordenboeken geven daarom een paar betekenissen naast elkaar. De eerste zijn letterlijk: iets openmaken, je warme kleren uittrekken, weer vrij ademen. De gewone betekenis van nu is overdrachtelijk: zeggen wat je voelt, alles eruit laten wat je dwarszit. Wat je dan doet, heet een desabafo.
Het Nederlands heeft er een uitdrukking voor met precies hetzelfde beeld: je hart luchten. Ook daar gaat het om lucht die er weer bij mag. Toch zit er een verschil in. Je hart luchten klinkt als iets eenmaligs en een beetje plechtig. Desabafar is alledaags. Een Braziliaan zegt het tegen een collega bij het koffieapparaat, en schrijft het boven een lange post op sociale media.
Wie zo zijn hart lucht, heeft vooral iemand nodig die luistert. Oplossingen zijn niet nodig, advies vaak ook niet. Het gaat erom dat het gezegd is.
Een grappig detail: in Braziliaanse spreektaal kan abafar, zonder des-, ook juist betekenen dat iets een daverend succes is. 'Você abafou!' zeg je tegen iemand die de show heeft gestolen.