Het verhaal
Schadenfreude is Duits en bestaat uit Schaden, schade of onheil, en Freude, vreugde. Het Duitse woordenboek DWDS vindt het al in de zestiende eeuw, en Goethe gebruikte het in Wilhelm Meisters Lehrjahre. Engelse teksten noemen het voor het eerst in 1852, en tegen het eind van de negentiende eeuw gebruiken Engelse schrijvers het gewoon in hun zinnen.
Voor Nederlanders is het geen raadsel. Wij hebben een eigen woord, leedvermaak, en het Zweeds en het Deens hebben skadeglädje en skadefro. Het Engels heeft geen gangbaar eigen woord en nam daarom het Duitse over. Zo kwam schadenfreude op de lijstjes met woorden die andere talen zouden missen, terwijl het Nederlands het gewoon heeft.
Het gevoel is ook oud. Aristoteles kende er al een Grieks woord voor, epichairekakia. Het Chinees heeft een vaste uitdrukking die teruggaat op een tekst uit de vierde eeuw voor Christus. Psychologen zien het al bij kinderen van twee jaar.
Een onderzoek uit 2003 keek naar Nederlandse voetbalsupporters en hun leedvermaak om een nederlaag van Duitsland. Dat leedvermaak bleek af te hangen van de omstandigheden: het werd sterker als de Nederlanders zich de mindere voelden, en zwakker tegenover een tegenstander die duidelijk beter was.
Een scène: een kroeg in Arnhem, een zomeravond tijdens een groot toernooi. Duitsland ligt eruit, en aan de bar wordt geproost alsof Oranje zelf heeft gewonnen. Het Duits levert het woord, de mensen aan de bar leveren het gevoel.